De eerste tomaat die ik zelf heb geteeld kwam uit een potje op een balkon in Utrecht. Het was 2014, ik was net verhuisd, en ik had geen idee wat ik deed. De plant kwam van een tuincentrum, ik gaf hem te weinig zon en te veel water, en hij gaf me na een seizoen drie kleine tomaten die ik bewust over drie dagen verdeelde om er zo lang mogelijk mee te kunnen doen. Daar begon iets.

De aanleiding

Wat me toen vooral motiveerde was nieuwsgierigheid. Ik kookte graag, las graag over eten, en het idee dat een tomaat uit de winkel ergens vandaan kwam dat ik niet kende, begon me steeds meer op te vallen. Aanvankelijk was het een gevoel, geen ideologie. Een vriendin die in een volkstuin haar eigen pompoenen kweekte vertelde over haar oogst, en het klikte.

Ik had geen tuin in die periode. Wat ik wel had was een balkon van ongeveer drie vierkante meter, en daar paste een paar potten op. Het eerste jaar plantte ik tomaten, basilicum, en een paar wortels in een diepe pot (wat niet werkte). Geen overdaad, geen plan, geen kennis. Wat ik wel kreeg was een eerste idee van hoeveel werk een plant vraagt en hoeveel ik me daar niet aan stoorde.

Van potten naar perceel

Twee jaar later verhuisde ik naar een huis met een achtertuin. Een stukje gemetselde tuin met onderaan een strook grond, ongeveer tien vierkante meter, waar ik kon zaaien. De eerste jaren zaaide ik chaotisch: een rij van alles, te dicht bij elkaar, op de verkeerde momenten. Het opbrengst-bericht na seizoen een was matig.

Wat me hielp was een tweetal boeken (het boek van Veerle Marien over biologische moestuin in lage landen, en de oudere uitgaven van Velt) en veel lezen op Velt en bij Bionext. Het derde jaar was structureel anders: ik werkte met vakken, met rotatie, met een plantkalender, en met een composthoek achterin. De oogst verdrievoudigde.

Wat me dreef om door te gaan

Een paar dingen die me bij de moestuin hielden:

Het tempo van een seizoen. In een tijd waar alles snel moet, is een moestuin een traag systeem. Je kunt niet versnellen. Een tomaat heeft zijn negentig dagen nodig, en geen ongeduld brengt dat omlaag. Dat ritme deed me goed.

De directheid van het werk. Wat je doet zie je terug. Onkruid trek je, en het is weg. Een rij sla zaai je, en zes weken later eet je hem. Dat is een eenvoud die in mijn ander werk niet vanzelfsprekend is.

Het leereffect. Je kunt dit niet bottom-up uitleren. Elk seizoen is anders, elke grond is anders, elk weer is anders. Wat in 2020 werkte werkt in 2024 misschien niet, en wat in mijn tuin werkt werkt bij mijn buurman niet zonder meer. Dat houdt me elke lente opnieuw bezig.

Wat ik in de eerste jaren leerde

Een paar lessen die ik meeneem:

  • Begin klein. Een vak van twee bij twee meter is genoeg om te leren. Wie tien vakken tegelijk aanlegt verdwaalt in onderhoud en raakt het overzicht kwijt.
  • Vertrouw de bodem. De grond doet veel werk dat je niet ziet. Wat je erin stopt aan compost en organisch materiaal komt op termijn meervoudig terug.
  • Accepteer mislukkingen. Een seizoen waarin een plant niet werkt is geen verloren tijd, het is informatie voor het jaar erna. Voor mij geldt dat ik van mislukte oogsten meer leerde dan van succesvolle.
  • Schrijf het op. Een eenvoudige tuin-agenda waarin je per maand noteert wat je deed en wat resultaat had, is in jaar drie meer waard dan welk boek dan ook.

Waarom ik schrijf

Keukentuin.nl ging tien jaar nadat ik die eerste tomaat plukte van start als mijn manier om de notities die ik aan mijzelf maak, ook met anderen te delen. Niet omdat ik een autoriteit ben, dat ben ik niet, maar omdat ik vermoed dat iemand die nu ergens op een balkon staat met een potje tomaat, een paar van mijn eerste fouten misschien kan overslaan.

Wat ik op deze site schrijf is niet hoe het hoort. Het is hoe het bij mij gaat. De aanpak die voor mij werkt, de planten die in mijn klimaat overeind blijven, de fouten die ik gemaakt heb. Wie hier iets uit kan halen, prima. Wie eraan toevoegt, ook prima. Een tuin is geen vast handboek, het is een gesprek tussen jou en de bodem onder je voeten.

Wat me na zoveel seizoenen nog steeds verbaast is hoe weinig je nodig hebt om iets te zien groeien. Een paar zaadjes, een hand grond, een beetje water, een beetje geduld. Dat principe staat los van hoe groot of klein je tuin is. Voor mij begon het met een potje op een balkon en is uitgegroeid tot iets wat mijn jaar invult. Voor anderen kan het in een andere vorm dezelfde rol spelen.

x Astrid

Voor meer informatie: Velt (de Belgische vereniging voor biologische tuinbouw), Bionext.