De jalapeno is voor mij een vaste waarde in de moestuin geworden. Niet omdat ik echt veel scherps eet, maar omdat de plant zelf zo dankbaar is. Eenmaal aan de gang levert hij van eind juli tot ver in oktober pepers, en als je iets achterhoudt om door te laten rijpen tot rood, krijg je er een tweede oogstmoment bij. Dit is wat ik in de afgelopen seizoenen heb geleerd over zaaien, telen en oogsten van deze peper.

Wanneer ik begin met zaaien

Pepers hebben een lange voorsprong nodig. Ik begin altijd ergens in de tweede helft van februari met zaaien, op een verwarmd vensterbankje. Dat is in Nederland echt nodig, want pepers willen warme grond om te kiemen, het liefst rond de twintig graden. In een onverwarmde kamer komt er weinig van. Ik leg de zaden plat op een vochtig stukje keukenpapier in een afgesloten zakje, en zodra ik de eerste worteltjes zie verschijnen gaan ze in een potje met opkweek-aarde.

Vanaf dat moment is geduld de belangrijkste vaardigheid. De eerste weken gebeurt er weinig zichtbaars. Ik geef weinig water, alleen iets vernevelen, en zorg dat de plantjes niet uit gaan rekken naar het licht. Een groeilamp helpt enorm als je in februari aan de gang gaat, want het Nederlandse daglicht is dan nog te zwak. Vorig jaar heb ik zonder groeilamp gewerkt en de planten waren in mei merkbaar slapper dan het seizoen ervoor.

Welke soorten ik probeer

Ik heb in de loop van de jaren drie soorten jalapeno geteeld die het in mijn moestuin goed doen:

  • Early Jalapeno, een vroege variant die goed werkt in ons klimaat. De pepers worden iets kleiner dan de klassieke jalapeno, maar de plant komt sneller aan oogsten toe.
  • Mucho Nacho, een wat grotere jalapeno met een vollere smaak. Iets later dan Early Jalapeno, maar bij een warme zomer geeft die meer kilo's per plant.
  • Senorita, een mildere variant die ik teel als ik ze rauw door een salade wil doen. Niet voor mensen die het echt pittig willen.

Voor zaden kijk ik meestal bij De Bolster of Vreeken's Zaden, beide telers met een biologisch assortiment. Velt heeft een goed overzicht van peper-rassen die in onze regio werken. Bij sommige varianten staat aangegeven of ze geschikt zijn voor buiten of dat ze beter af zijn in een onverwarmde kas.

Grond, water en zon

Jalapeno's willen drie dingen: een doorlatende, voedzame bodem, regelmatig water zonder verzuipen, en zoveel zon als ze kunnen krijgen. Ik plant ze op de zonnigste plek van mijn moestuin, langs de zuidmuur. De grond bewerk ik in het voorjaar met een laag eigen compost, en ik strooi er een handje gesteentemeel doorheen voor wat extra mineralen.

Water geven doe ik bij voorkeur 's ochtends, en alleen rond de wortelvoet, niet over het blad. Pepers zijn vatbaar voor schimmelziekten als ze nat blijven. In hete weken geef ik om de dag een flinke gieter per plant. Als ze in pot staan moet ik dagelijks kijken, want potten drogen snel uit. Een mulchlaag van grasmaaisel houdt de grond koel en vochtig, en heeft me in de zomer van 2025 echt geholpen.

Pepers groeien langzaam in het begin en zetten dan in juli ineens een versnelling in. Wat me vroeger frustreerde is dat ze in mei nog niets lijken te doen. Maar zodra de avondtemperaturen boven de vijftien graden blijven, zie je dat ze in een week zo veel groeien als in de hele maand mei. Ik probeer in de tussentijd niet te veel te knoeien met de planten.

Wanneer ik oogst

Hier zit voor mij het mooie van de jalapeno: je hebt twee oogstmomenten in dezelfde plant. Een groene jalapeno is rijp en goed eetbaar. Een rode jalapeno is dezelfde peper, alleen een paar weken langer aan de plant gelaten. De smaak verandert: rood is iets zoeter, ronder, en de scherpte komt anders binnen.

Ik oogst het grootste deel van de pepers groen, vanaf eind juli. Een handvol planten geeft me elke week een paar pepers, soms een hele schaal. De laatste tien tot vijftien pepers laat ik bewust doorrijpen tot rood, vooral in september als de plant zelf toch begint af te bouwen. Een rode jalapeno is wat ik dan gebruik voor poeder of voor het invriezen in ringetjes.

Wat ik met de oogst doe

Een paar pepers per week eet ik gewoon vers door, in salade of in gebakken groenten. De rest verwerk ik op drie manieren:

  • Invriezen. Pepers in ringetjes snijden, op een bakje uitspreiden, een nacht invriezen en dan in een zak overdoen. Dat werkt prima voor in soep, chili of bij eieren. Een jaar later zijn ze nog steeds bruikbaar.
  • Drogen en malen. Rode jalapeno's halveer ik, leg ik op een rooster en droog ik op een warme plek. Vorig jaar deed ik dat boven de bovenkant van de Quooker, dat werkt verrassend goed. Daarna malen in een kruidenmolen tot poeder. Een potje dat ongeveer een jaar meegaat.
  • Fermenteren. Een derde van de oogst maak ik fermented hot sauce van. Pepers, knoflook, zout, twee weken in een weckpot op de werkbank, dan blenderen. Het resultaat is intenser dan welke commerciele saus dan ook. Bionext heeft achtergrond over fermentatie en biologische bewaartechnieken.

Het mooie aan jalapeno's is dat een handvol planten genoeg is voor een heel jaar aan pepers in de keuken. Zes planten, in een goed seizoen, leveren bij mij ongeveer twee kilo pepers op. Dat is meer dan genoeg voor twee mensen die graag iets pittigs eten zonder dat het overheerst.

Wat er soms misgaat

Niet alles werkt elke keer. Een paar dingen die mij overkomen zijn:

  • Bloemen die afvallen voordat ze peper worden. Vaak een teken van te koude nachten of te weinig water.
  • Bladluis op jonge planten. Met een straal water of een handvol lieveheersbeestjes los te krijgen, maar het komt elk voorjaar terug.
  • Bittere of fade pepers. Meestal in een seizoen met weinig zon. Daar valt niet veel tegen te doen, behalve de plek herzien.

Dit is geen plant die je in de grond zet en vergeet. Maar als je in februari begint en de plant tot oktober een beetje aandacht geeft, krijg je er een seizoen lang plezier van terug. Voor mij hoort de jalapeno inmiddels net zo bij de tuin als de tuinbonen en de basilicum.

x Astrid

Voor meer informatie: Velt (biologische teelt en rassenbeschrijving), Bionext (biologische landbouw in Nederland), Plantum (zaad- en plantgoedsector).