Pepers zijn de gewassen die mij elk jaar het langste bezighouden. Ze beginnen in februari op de vensterbank en eindigen in oktober als ik de laatste rode habanero's pluk. Daarbinnen passeer ik vier of vijf rassen, elk met een eigen ritme. Dit is een breed overzicht van wat ik in de loop van de jaren heb geteeld, hoe ze zich onderling verhouden, en wat ik bij wie heb geleerd. Voor specifiek de jalapeno heb ik een aparte pagina, die gaat dieper op de details in.
Wat onderscheidt de rassen
Pepers verschillen op drie hoofdpunten: hoe scherp ze worden (Scoville), hoe lang ze nodig hebben voor ze rijp zijn, en hoe goed ze in een Nederlands klimaat overleven. Een paar voorbeelden die ik vergelijk:
- Padron, mild en vroeg. Honderd dagen na zaaien al oogstbaar. Lukt zonder kas.
- Jalapeno, gemiddeld scherp, gemiddelde rijptijd. Werkt buiten, mits zonnige plek en goede grond. Meer over deze peper schreef ik op de jalapeno-pagina.
- Cayenne, scherper en iets later. Werkt buiten, maar geeft in een kas tweemaal zoveel.
- Habanero, fors scherp en lang van rijptijd. Heeft bij mij een onverwarmde kas nodig, anders rijpt de helft niet.
Velt heeft een handig overzicht van peper-rassen met indicatie van rijpduur. Voor zaden gebruik ik biologische telers zoals De Bolster en Vreeken's Zaden, en soms importeer ik via Bingenheimer Saatgut zaden die hier niet zo gangbaar zijn.
Zaaien in februari
Pepers zaai ik altijd ergens in de tweede helft van februari. Voor habanero zelfs eerder, dus eind januari, want die heeft anders te weinig tijd. Ik leg de zaden op vochtig keukenpapier in een afgesloten zakje en wacht tot ik kleine worteltjes zie verschijnen. Dat duurt voor jalapeno een week, voor habanero soms tien tot veertien dagen.
Eenmaal de wortels zichtbaar, gaan ze in opkweek-aarde in een potje. De temperatuur moet rond de twintig graden zijn, daarom werk ik met een verwarmingsmat onder de potjes. Een onverwarmde vensterbank werkt in februari niet, zeker niet in de avond. Vorig jaar heb ik dat een keer overgeslagen en de uitval was groot.
Tussenstap, oppotten
Eenmaal de plantjes een paar echte blaadjes hebben, in maart, gaan ze in een grotere pot. Ongeveer een tot anderhalve liter, met goede potgrond. Ik voeg een handje compost toe en wat hennepmeel als trage stikstofbron. Daarna staan ze rustig op een lichte plek, met groeilamp als het daglicht nog kort is, tot ze klaar zijn voor buiten. Dat is bij mij meestal pas eind mei, na de Ijsheiligen.
Uitzetten en standplaats
Pepers willen zon, warmte en bescherming tegen wind. Ik zet ze tegen de zuidmuur op de plek met de meeste zon. Ze staan daar in een lange rij, op een halve meter onderlinge afstand. Tussen de pepers door staat kruidenwerk: tagetes en bonenkruid, omdat dat luizen iets afschrikt. Voor habanero gebruik ik daarnaast een onverwarmde kweekkas, in de hoek waar overdag de temperatuur boven de dertig graden kan komen.
Water geef ik bij voorkeur 's ochtends, met een gieter rond de wortelvoet. Niet over het blad, niet op de pepers zelf. Pepers zijn vatbaar voor verschillende schimmels, en die ontstaan vrijwel allemaal door langdurig vocht op het bladoppervlak.
Bemesting tijdens het seizoen
Pepers zijn relatief gulzig zodra ze bloeien. Ik geef vanaf juli elke twee weken een verdunde brandnetelgier of een handje gefermenteerde compost-thee bij de wortels. Niet te veel stikstof, anders krijg je veel blad maar weinig peper. Liever wat extra kalium, dat helpt de vruchtzetting.
Plantum heeft uitgebreide technische informatie over pepers in de glastuinbouw, en hoewel mijn schaal natuurlijk anders is, zijn de basis-principes vergelijkbaar. Het verschil tussen een goede en een matige peperoogst zit voor een groot deel in de balans van voeding tijdens de vruchtzetting.
Oogsten
Vroege rassen zoals padron oogst ik vanaf eind juni. Jalapeno volgt vanaf eind juli, eerst groen, dan een aantal rood. Cayenne en habanero komen in augustus en september. De habanero rijpt het langst en is in een matige zomer een gok. Vorig jaar oogstte ik tien rijpe habaneros van twee planten. Het jaar daarvoor zestig. Dat verschil heeft alles met de hoeveelheid zonneuren te maken.
Wat ik met de oogst doe verschilt per ras: padron rauw aan tafel, jalapeno deels invriezen, deels fermenteren, cayenne drogen voor poeder, habanero in olie of als gefermenteerde sambal. Per peper dus een eigen route door de keuken.
Eigen zaad bewaren
Voor jalapeno bewaar ik elk jaar zaad uit mijn eigen oogst. Voor habanero en cayenne durf ik dat minder, omdat die makkelijker kruisen met andere rassen die ik tegelijk teel. Voor de gewone padron en jalapeno werkt het prima, en ik heb nu vier jaar achter elkaar mijn eigen zaadlijn.
Eigen zaad is meer dan een romantisch idee. Het is een manier om planten te krijgen die langzaam aanpassen aan mijn specifieke tuin. Welke individuele planten in een nat voorjaar omkwamen verdwijnen uit de zaadlijn, wat overblijft is wat het bij mij redt. Na een paar jaar merk je dat verschil.
Wie net begint met pepers raad ik aan om met padron of jalapeno te starten. Beide zijn vergevingsgezind, en beide leveren in een gemiddelde zomer een ruime oogst. Habanero is voor later, als je weet wat je kan verwachten.
x Astrid
Voor meer informatie: Velt (peper-rassen en teelt), Plantum (zaad- en plantgoedsector), Bionext.