Kruiden zijn waar de moestuin voor mij begon, jaren geleden, met een paar potjes op het balkon. Inmiddels heb ik een hele rij vakken die alleen aan kruiden gewijd is, en een paar potten met diegenen die het beter doen in een afgeschermde plek. Hier mijn vijf vaste favorieten, hoe ik ze teel en wanneer ik ze oogst.

Basilicum

Basilicum is in Nederland eigenlijk een vensterbankplant, maar van mei tot september houdt hij het in de tuin goed uit als je hem op de zonnigste plek zet en uit de wind. Ik zaai eind maart op de vensterbank, en zet de planten pas eind mei buiten als de nachten echt boven de tien graden zijn. Eerder uitzetten en ze stagneren weken lang.

Wat me heeft geholpen is om regelmatig de toppen eruit te knippen, ook als ik niet direct iets met die blaadjes ga doen. Dan zet de plant zich op vertakken en houdt hij niet alle energie in een lange, slappe stengel. Bloemen verschijnen pikt me kort daarna, en die knip ik er meteen uit. Eenmaal bloeit, geeft de plant minder blad en wordt het smaakprofiel wat scherper.

Ik teel meestal twee varianten: gewone Genovese voor pesto en pasta, en een Thaise basilicum voor bij gewokte gerechten. Bij Velt staat een goed overzicht van basilicum-rassen die in onze regio buiten standhouden.

Koriander

Koriander is mijn lastigste kruid. Hij schiet snel door zodra de zomer warm wordt, en je hebt dan op een gegeven moment alleen nog zaad. Voor verse coriander-blaadjes zaai ik daarom in golven: eind maart, eind april, eind mei, en daarna pas weer in september. In de zomerhitte tussendoor doet koriander bij mij niets dan in bloem schieten.

Wat hierbij helpt is gedeeltelijke schaduw. Ik zet de korianderbak in mei en juni in een hoek die alleen 's ochtends zon krijgt. Dat geeft me twee tot drie weken extra voordat de planten doorslaan. Wat zaad geeft laat ik aan de plant, dat oogst ik later voor de keuken en als zaaigoed voor het jaar erna.

Koriander is een geur die niet iedereen kan waarderen, en die eigenschap zit voor een deel in de genen. Ik heb een vriendin die er allergisch op reageert in smaak, en daar respect ik bij het koken. Voor mijzelf hoort de geur bij de zomer.

Peterselie

Peterselie is een plant die ik elk jaar opnieuw waardeer omdat hij gewoon altijd doet wat je vraagt. Ik teel platte peterselie, want die heeft bij mij meer smaak dan de krullende. Zaaien doe ik eind maart of begin april direct in de grond, in een vakje van ongeveer dertig bij dertig centimeter. Kiemen kan twee tot drie weken duren, dus geduld.

Eenmaal staat, doet hij het hele seizoen door, en in een zachte winter blijft hij gewoon hangen tot het volgende voorjaar. Het tweede jaar schiet hij weliswaar in bloei en is dan minder lekker, dus ik zaai elk jaar opnieuw bij. Wat ik in juli en augustus aan blad heb gebruik ik voor verse soep, salade en als topping op gestoofde groenten. Wat overblijft droog of vries ik in voor winter.

Dille

Dille is voor mij vooral de partner van komkommer en vis. Hij groeit snel, schiet ook snel door, en geeft me daarna meer zaad dan ik weet wat mee te doen. Zaaien doe ik in twee golven: eind april en eind juni. Dan heb ik in juli en in september vers blad.

Dille trekt zweefvliegen en lieveheersbeestjes, en omdat die bladluizen eten zet ik een paar plantjes graag bij de tuinbonen. Of dat echt een verschil maakt weet ik niet zeker, maar de combinatie staat er in elk geval mooi bij.

Bieslook

Bieslook is wat ik het minst werk geeft. Eenmaal geplant blijft hij jarenlang staan en komt elk voorjaar vanzelf terug. Mijn pol staat al sinds 2021 op dezelfde plek, en wordt elk jaar voller. In juni krijgt hij paarse bolletjes-bloemen die in mijn ervaring zelfs eetbaar zijn, in een salade als kleur en lichte ui-smaak.

Wat ik wel doe is hem elke twee jaar in het voorjaar uit elkaar trekken en de helft in een nieuwe plek verplanten. Anders wordt de pol te dicht en gaat het midden inzakken. Bionext heeft een nuttige uitleg over hoe vaste kruiden zoals bieslook door de jaren beheerd worden.

Wat ik niet (meer) teel

Niet alles wat ik in de loop van de jaren heb geprobeerd, paste. Rozemarijn doet het bij mij prima in pot, maar in de open grond redt hij geen winter zonder bedekking. Citroenmelisse is zo agressief dat ik hem inmiddels in een pot houd, anders verovert hij in twee jaar het hele kruidenvak. Munt idem, die heeft nu een eigen ondergrondse betonring waar hij niet uit ontsnappen kan.

Wat ik wel doe is steeds proberen iets nieuws toe te voegen. Vorig jaar Thaise basilicum, dit jaar ga ik shiso proberen. Ik weet niet of het wat wordt, maar dat is voor mij ook het mooie aan kruiden in de moestuin: het is laagdrempelig om iets nieuws te zaaien en het te laten zien wat het doet.

x Astrid

Voor meer informatie: Velt (kruiden in de biologische tuin), Bionext.