Vanaf half september verandert het ritme in mijn moestuin. Er valt minder te oogsten, meer op te ruimen, en het werk verschuift langzaam naar het tuinhuis. Zaad schoonmaken en in zakjes doen, potten uitboenen, de lijst maken van wat volgend jaar waar komt te staan. Vorig najaar merkte ik dat ik dat werk steeds verder voor me uit schoof. Niet omdat ik er geen zin in had, maar omdat het er koud was. Na een half uur werden mijn handen stijf en zat ik toch weer binnen aan de keukentafel, met een half gesorteerd bakje bonen naast me.

Wat ik eerst heb geprobeerd

Mijn eerste oplossing was het elektrische kacheltje uit de bijkeuken, zo'n ventilatorkachel die je overal neerzet. Dat werkte niet. Hij blies stof en droge aarde door de ruimte, wat vervelend is als je net zaad aan het uitzeven bent, en zodra ik hem uitzette was de warmte binnen vijf minuten verdwenen. Dat is ook logisch. Mijn tuinhuis is enkelwandig hout, niet geisoleerd, met kieren bij de deur en onder het dakbeschot. Alle warme lucht die je erin stopt gaat er net zo hard weer uit.

Toen ik dat doorhad veranderde mijn vraag. Ik hoefde de ruimte helemaal niet warm te krijgen. Ik hoefde alleen zelf warm te zitten, op de anderhalve vierkante meter bij de werkbank onder het raam waar ik negen van de tien keer sta.

Waarom verwarmen in een buitenruimte anders werkt

Dat onderscheid bleek het hele verhaal. Verwarming die de lucht opwarmt heeft een gesloten, redelijk geisoleerde ruimte nodig, anders verlies je alles via kieren en enkel glas. Stralingswarmte werkt anders: die warmt niet de lucht op maar de voorwerpen en mensen die de straling opvangen. In een tochtig tuinhuis of onder een overkapping is dat eigenlijk het enige dat zin heeft.

Ik heb een paar richtingen bekeken voordat ik iets bestelde. Een gasterrasverwarmer viel af omdat ik geen zin heb in het sjouwen en wisselen van flessen, en omdat een open vlam naast een houten wand met daarachter mijn zaadvoorraad mij niet bevalt. Een kleine houtkachel vond ik aantrekkelijk, maar dan moet er een rookafvoer door een houten dak, en ik zit er per keer te kort voor om een vuur aan te leggen. Een halogeen straalkachel geeft fel oranje licht, en ik werk er juist vaak in de vroege avond. Wat overbleef was infrarood, in de vorm van een paneel of een donkerstraler.

Waar ik uiteindelijk voor koos

Het is een infraroodpaneel aan het plafond boven de werkbank geworden, en daarnaast een losse infrarood-straler aan de balk onder de overkapping bij de achterdeur. Twee verschillende plekken, twee verschillende soorten gebruik. Ik heb ze besteld bij een webshop die gespecialiseerd is in elektrische en infraroodverwarming, vooral omdat ik daar per model het vermogen, de afmetingen en de beschermingsklasse naast elkaar kon leggen. Dat laatste bleek belangrijker dan ik vooraf had bedacht.

De beschermingsklasse, het detail waar het om draait

Binnenshuis hoef je er nauwelijks over na te denken. Zodra iets in een tuinhuis, een kas of onder een overkapping hangt wel. Een paneel dat prima is voor een slaapkamer is niet automatisch geschikt voor een plek waar in oktober 's ochtends condens op het plafond staat. Voor het tuinhuis heb ik daarom een paneel met IP44 genomen, dat tegen spatwater en vocht kan. Onder de overkapping hangt een straler met IP65, want daar slaat bij westenwind de regen gewoon naar binnen.

Het is een saai detail waar in de productfoto's niets van te zien is, maar het is wel het verschil tussen iets dat er over drie winters nog hangt en iets dat na een nat najaar stuk is.

Wat het doet en wat het niet doet

Het paneel boven de werkbank hangt op ongeveer twee meter en straalt recht naar beneden. Binnen een minuut of tien voel ik het op mijn schouders, onderarmen en handen. Ondertussen blijft de lucht in het tuinhuis gewoon koud en beweegt de thermometer aan de wand nauwelijks. Dat voelde de eerste keer vreemd. Je verwacht bij verwarming dat het warmer wordt in de ruimte, en dat gebeurt hier dus niet.

Wat het ook niet doet: het hele tuinhuis bruikbaar maken. Loop ik een meter naar links, naar de kast met de potten, dan is het effect weg. Voor mijn manier van werken is dat precies goed, want ik sta bijna altijd op dezelfde plek. Wie een tuinhuis als werkplaats gebruikt en heen en weer loopt tussen een zaagtafel en een werkbank heeft er veel minder aan.

Wat me is meegevallen is de stilte en het ontbreken van luchtbeweging. Bij de ventilatorkachel had ik altijd stof in de lucht en woei licht zaad van het schaaltje. Dat is nu weg. Voor het sorteren van sla- en wortelzaad scheelt dat echt.

Het stroomverbruik

Hier moet ik eerlijk over zijn, want dit is waar ik het meest over getwijfeld heb. Het paneel boven de werkbank is 600 watt, de straler onder de overkapping 1500 watt. Dat is niet niks. Wat het voor mij draagbaar maakt is dat ik ze kort en gericht gebruik, met de schakelaar binnen handbereik, en dat ik ze uitzet zodra ik wegloop. In een gemiddelde najaarsweek kom ik op vier tot zes uur.

Had ik geprobeerd het hele tuinhuis dag in dag uit op temperatuur te houden, dan was het een heel ander verhaal geweest. Dan was isolatie de eerste investering geweest en verwarming pas de tweede. Die volgorde is denk ik voor de meeste tuinhuizen de juiste.

Het open terras heb ik gelaten

Voor het open deel van het terras, waar geen dak boven zit, heb ik uiteindelijk niets gedaan. Ik heb er lang over nagedacht en ben er op teruggekomen. Warmte die je in de open lucht maakt waait weg voordat je er iets aan hebt, tenzij je er vlak onder zit. Een dikke plaid en een kop thee doen daar meer, en ik zit er in oktober toch hooguit een half uur per keer. Onder de overkapping, met een dak en twee dichte zijden, is het anders. Daar blijft de straling ergens tegenaan en merk je het meteen als je de schakelaar omzet.

Waar ik nu sta

Het tuinhuis is geen extra kamer geworden en dat hoeft van mij ook niet. Wat wel is veranderd, is dat het najaarswerk niet meer stilvalt zodra het buiten acht graden is. Ik zit er nu in oktober en november gewoon door, met een dikke trui aan en handen die warm blijven. Voor de zaadvoorraad van volgend jaar scheelt dat meer dan ik had verwacht, want dat hele bakje bonen van vorig jaar is nooit fatsoenlijk gesorteerd geraakt.

Het past in dezelfde categorie als de tuinmuur en het schilderwerk aan het tuinhuis: een ingreep aan de rand van de moestuin die het tuinieren zelf makkelijker maakt, zonder dat het over planten gaat.

x Astrid